Mijn VVH&P

Minimumbezoldiging stijgt naar € 51.000 en beperking van de forfaitaire VAA

Gepubliceerd op 14-08-2026 door Nick Verheyden

De wet van 15 juli 2026 tot hervorming van de personenbelasting wijzigt twee spelregels rond de bezoldiging van de bedrijfsleider. Het grensbedrag van de minimumbezoldiging voor het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting stijgt en volgt vanaf nu de index. Daarnaast komt er een plafond op het aandeel forfaitaire voordelen van alle aard. Wij zetten de nieuwe regels voor u op een rij.

1. De bezoldigingsvoorwaarde
Om als kleine vennootschap het verlaagd tarief van 20% vennootschapsbelasting te kunnen toepassen op de eerste schijf van € 100.000,00 belastbare winst, moet aan verschillende voorwaarden voldaan zijn. Eén daarvan is de zogenaamde ‘minimumbezoldigingsvoorwaarde’: de vennootschap moet aan ten minste één bedrijfsleider die een natuurlijke persoon is een voldoende hoge bezoldiging toekennen. Tot voor kort was dit nog € 45.000,00 (of minstens het bedrag van het belastbaar resultaat).

2. Het geïndexeerde bedrag voor aanslagjaar 2027
Sinds de recente wetswijziging zal de grens van de minimumbezoldiging jaarlijks geïndexeerd worden. Voorheen bleef dit grensbedrag jarenlang ongewijzigd. Voor aanslagjaar 2027 bedraagt de minimumbezoldiging € 51.000,00. Bij de aankondiging van de maatregel werd eerder een bedrag van € 50.000,00 vermeld, maar het geïndexeerd bedrag bedraagt € 51.000,00. De wet vermeld een niet geïndexeerd basisbedrag van € 25.000,00 dat vervolgens aan de indexatiecoëfficiënt wordt aangepast.

Voor aanslagjaar 2027 komt het er dus op neer dat ten minste één bedrijfsleider € 51.000,00 moet ontvangen. Blijft het belastbaar resultaat van de vennootschap onder dat bedrag, dan volstaat een bezoldiging ter hoogte van dat resultaat. De overige voorwaarden voor het verlaagd tarief blijven daarnaast uiteraard gelden.

3. Beperking van de forfaitaire voordelen van alle aard
Dezelfde hervorming voert een tweede wijziging in wat de voordelen van alle aard betreft. Vanaf aanslagjaar 2027 mag de bedrijfsleidersbezoldiging voor maximaal 20% bestaan uit forfaitaire voordelen van alle aard. Wordt die grens overschreden, dan verliest de vennootschap het recht op het verlaagd tarief voor dat belastbaar tijdperk.

Geviseerd zijn onder meer de forfaitaire voordelen alle aard voor een personenwagen, de kosteloze of goedkope terbeschikkingstelling van een woning, gratis elektriciteit en verwarming, een goedkope lening en gratis huispersoneel. Voordelen alle aard op basis van de werkelijke waarde (zoals sociale bijdragen) vallen hier niet onder.

Voorbeeld: een bedrijfsleider ontvangt een totale bezoldiging van € 51.000,00, waarvan € 8.000,00 voordeel bedrijfswagen en € 5.500,00 voordeel gratis woning. Het bedrag van € 51.000,00 is gehaald, maar de forfaitaire voordelen bedragen samen ruim 26% van de bezoldiging. Het verlaagd tarief gaat daardoor verloren, wat bij een winst van € 100.000,00 neerkomt op € 5.000,00 extra vennootschapsbelasting.

Voor werknemers geldt een gelijkaardige beperking, maar met een andere sanctie. Op het gedeelte dat de grens van 20% overschrijdt, is de vennootschap een afzonderlijke heffing van 7,5% verschuldigd, die zelf niet aftrekbaar is.

 

V V H & P BV
Certified Tax accountants
BE0684.498.118

T: + 32 3 444 07 30
M: info@v-vhp.be

Vestigingen
Frans van Dunlaan 25
2610 Antwerpen (Wilrijk)

Starrenhoflaan 44/20
2950 Kapellen

Inspiratie in uw mailbox?

Shtick was here.