
De aftrekbaarheid van personenwagens werd de afgelopen jaren in verschillende stappen hervormd. De laatste wijziging is dat personenwagens die vanaf 1 januari 2026 worden aangekocht, niet langer aftrekbaar zijn in de vennootschapsbelasting. Omdat het overzicht door al die opeenvolgende wijzigingen niet altijd duidelijk is, zetten wij de spelregels die vandaag gelden voor u graag op een rij.
1. Het moment van aankoop, leasing of huur bepaalt de fiscale aftrek
Het toepasselijke aftrekpercentage wordt bepaald door het moment waarop de wagen wordt aangekocht, geleased of gehuurd. Bij aankoop is dat de datum van ondertekening van de bestelbon, bij leasing de datum van het leasingcontract. Dat percentage blijft vervolgens behouden voor de volledige gebruiksduur van het voertuig. Wie vandaag een wagen bestelt, kiest dus niet alleen een model maar ook een fiscaal regime voor de komende jaren.
2. Wagens met CO2-uitstoot aangeschaft vanaf 1 januari 2026
Voor personenwagens, wagens voor dubbel gebruik en minibussen met CO2-uitstoot die vanaf 1 januari 2026 worden aangeschaft, geleased of gehuurd, is de aftrekbaarheid in de vennootschapsbelasting herleid tot 0%. Dit geldt niet enkel voor benzine- en dieselwagens, maar ook voor gewone hybrides en plug-inhybrides.
Er is voor die voertuigen geen gramformule meer die nog een gedeeltelijke aftrek oplevert. Het voordeel van alle aard bij de bedrijfsleider of de werknemer blijft daarentegen belastbaar. Nieuw is dat deze regeling wordt doorgetrokken naar de rechtspersonenbelasting. Ook vzw’s en stichtingen worden dus belast op het gebruik van bedrijfswagens, aan een tarief van 25%.
3. Uitdoofscenario voor personenwagens aangeschaft tussen 1 juli 2023 en 31 december 2025
Voor personenwagens met CO2-uitstoot uit deze periode blijft de gramformule gelden, maar met een dalend maximumpercentage: maximaal 75% in 2025, maximaal 50% in 2026, maximaal 25% in 2027 en geen aftrek meer vanaf 2028.
Concreet betekent dit dat een personenwagen die uw vennootschap in 2024 heeft geleased dit jaar nog de helft van de kosten aftrekbaar houdt, volgend jaar een kwart, en het jaar daarop niets.
4. Wagens aangeschaft vóór 1 juli 2023
Voor deze voertuigen blijft het oude aftrekregime op grond van de gramformule van toepassing, met een aftrekbaarheid van minimaal 50% en maximaal 100%. Bij een uitstoot van 200 gram CO2 per kilometer of meer bedraagt de aftrek 40%. Voor deze wagens verandert er dus niets zolang het contract loopt. De originele aftrekbaarheid blijft behouden.
5. Emissievrije (elektrische) wagens: de afbouw start vanaf 2027
Volledig elektrische wagens en wagens op waterstof blijven aftrekbaar. Het aftrekpercentage wordt bepaald door het jaar van aanschaf en blijft daarna gelden voor de volledige gebruiksduur: 100% bij aanschaf vóór 1 januari 2027, 95% bij aanschaf in 2027, 90% in 2028, 82,5% in 2029, 75% in 2030 en 67,5% vanaf 2031.
Er is voor emissievrije wagens geen uitdoofregeling: het percentage van het aanschafjaar blijft behouden. Wie in de loop van dit jaar nog een elektrische wagen bestelt of leaset, klikt dus een aftrek van 100% vast voor de volledige looptijd. Wie de beslissing over de jaargrens tilt, valt terug op 95%.
6. Wat er in de vennootschapsbelasting wél is gewijzigd: de valse hybride
De wet van 18 december 2025 bracht in de vennootschapsbelasting één inhoudelijke wijziging: de definitie van de zogenaamde valse hybride. Bij die voertuigen wordt voor de gramformule niet gerekend met de werkelijke uitstoot, maar met die van een overeenstemmend voertuig met een motor die uitsluitend op dezelfde brandstof werkt. Dat pakt in de regel ongunstig uit.
Een hybride wagen die vanaf 1 januari 2018 werd aangeschaft, geleased of gehuurd, wordt als valse hybride aangemerkt wanneer de elektrische batterij een energiecapaciteit heeft van minder dan 0,5 kWh per 100 kilogram wagengewicht, of wanneer de uitstoot een bepaalde drempel overschrijdt. Die tweede drempel wordt opgetrokken van 50 naar 75 gram CO2 per kilometer vanaf 1 januari 2025, voor voertuigen waarvan de uitstoot wordt berekend volgens de Euro 6e-bis-norm of een latere norm.
7. Eenmanszaken: overgangsregeling voor plug-in hybrides
Voor plug-inhybrides ligt de situatie anders naargelang u in de personen- of de vennootschapsbelasting valt. De aanvankelijk aangekondigde gunstregeling haalde de eindtekst enkel voor de personenbelasting. In de vennootschapsbelasting is een plug-inhybride die in 2026 wordt aangeschaft dus fiscaal gelijkgesteld met een gewone benzine- of dieselwagen: 0% aftrek..
Voor zelfstandigen met een eenmanszaak die een plug-inhybride aanschaffen vanaf 1 januari 2026, geldt wel een afzonderlijke regeling. De aftrek wordt berekend volgens een aangepaste gramformule van 120% verminderd met 0,5% per gram CO2 per kilometer, met een maximum van 75% voor voertuigen aangeschaft vóór 1 januari 2028. Nadien daalt dat maximum verder.
8. Aftrekbaarheid brandstof en elektriciteit
De brandstofkosten volgen in beginsel het regime van het voertuig. Voor plug-inhybrides die tussen 1 januari 2023 en 30 juni 2023 werden aangeschaft, zijn de benzine- en dieselkosten steeds beperkt tot maximaal 50%. Vanaf 2028 zijn fossiele brandstofkosten niet langer aftrekbaar.
De elektriciteitskosten voor het opladen van een elektrische wagen volgen het aftrekpercentage van de wagen zelf en zijn dus 100% aftrekbaar wanneer de wagen vóór 1 januari 2027 werd aangeschaft. Ook voor plug-inhybrides volgen de elektriciteitskosten de regels van de emissievrije wagens.
