Mijn VVH&P

Coronavirus: een up-to-date overzicht van de mogelijke steunmaatregelen.

Gepubliceerd op 27-03-2020 door Nick Verheyden

Bijgewerkt op 20/06/’20

In deze zeer uitzonderlijke situatie heeft onze overheid een reeks aan steunmaatregelen uitgewerkt voor de zelfstandigen en ondernemingen. Deze maatregelen wijzigen echter met de regelmaat van de klok, dit om in te kunnen spelen op de wijzigende situatie en bijkomende maatregelen die door de veiligheidsraad werden en worden genomen. Wij hebben daarom gekozen om in dit bericht de maatregelen op te sommen en periodiek bij te werken zodat u ten alle tijde up-to-date blijft.

1.Sociale bijdragen
1. Uitstel
Voor alle zelfstandigen wordt er voor de sociale bijdragen van het eerste en het tweede kwartaal van 2020, alsook voor de regularisatiebijdragen voor het jaar 2018, met betalingsdatum 25 maart 2020, 25 juni 2020 en 25 december 2020, op aanvraag een uitstel van betaling verleend voor een jaar.

De sociale lasten voor de eerste twee kwartalen dienen bijgevolg betaald te worden vóór respectievelijk 31 maart 2021 en 30 juni 2021. Indien u wilt genieten van dit uitstel, dient u vóór 15 juni 2020 een aanvraag in te dienen voor elk kwartaal waarvoor u uitstel wenst te verkrijgen.

Bijkomend werd er recent beslist dat de betalingen voor het derde en vierde kwartaal eveneens voor een jaar uitgesteld kunnen worden. De aanvragen voor het uitstel van deze twee kwartalen dienen respectievelijk vóór 15 september 2020 en 15 december 2020 ingediend te worden. De aanvragen voor dit uitstel kan u doen via uw sociaal verzekeringsfonds.

2. Vrijstelling
Indien u zich als zelfstandige in hoofdberoep of als meewerkende echtgenoot, in tijdelijke economische/financiële problemen bevindt, waardoor u het moeilijk heeft om uw sociale bijdragen te blijven betalen, kan u een aanvraag doen om een vrijstelling te verkrijgen voor de sociale bijdragen van het eerste en het tweede kwartaal. Recent heeft de overheid beslist om ook voor het derde en het vierde kwartaal de mogelijkheid te bieden om een vrijstelling aan te vragen.

U dient er wel rekening mee te houden dat indien u deze vrijstelling verkrijgt, u voor de vrijgestelde kwartalen geen pensioenrechten opbouwt.

Indien u deze vrijstelling wenst aan te vragen, kan u zich richten tot uw sociaal verzekeringsfonds, of rechtstreeks bij de overheid.

2. Overbruggingsrecht
Zelfstandigen die hun activiteit moeten stopzetten ten gevolge van het coronavirus, kunnen een uitkering krijgen van € 1.291,69, of € 1.614,10 indien er sprake is van gezinslast. Onder gezinslast verstaat men niet of u iemand al dan niet fiscaal ten laste heeft, maar wel of u iemand ten laste heeft bij uw ziekenfonds.

Op 24 maart heeft de overheid beslist om deze vergoeding, welke voorheen eerst bedoeld was voor de zelfstandigen in hoofdberoep en meewerkende echtgenoten in maxi-statuut (eenmanszaken, helpers en bedrijfsleiders), uit te breiden naar de zelfstandigen in bijberoep. Dit wel op voorwaarde dat de bijberoeper sociale bijdragen verschuldigd is, die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdragen voor zelfstandigen in hoofdberoep. Zelfs indien de bijberoeper een uitkering voor tijdelijke werkloosheid geniet, heeft deze recht op het overbruggingsrecht indien aan bovenvermelde voorwaarde voldaan wordt.

Op 9 april heeft de federale regering aangekondigd dat ze het overbruggingsrecht eveneens beschikbaar gaan stellen voor de zelfstandigen in bijberoep met een inkomen tussen € 6.996,89 en € 13.993,77. Dit geldt eveneens voor gepensioneerden die als zelfstandige nog actief zijn en in bovenvermelde inkomstencategorie vallen. De uitkering voor deze categorie zelfstandigen bedraagt € 645,85, of € 807,05 indien er spraken is van gezinslast.

Van zodra u verplicht wordt om uw onderneming volledig of gedeeltelijk te sluiten en u geen ander vervangingsinkomen geniet, heeft u recht op het overbruggingsrecht. Bijkomend hebben ook de zelfstandigen die minstens 7 opeenvolgende kalenderdagen hun activiteit onderbreken naar aanleiding van het coronavirus, recht op deze vergoeding. Aanvullend heeft de overheid beslist dat ondernemers in de bouwsector (PC 124), alsook de elektriciens die niet onder dit paritair comité vallen, eveneens een overbruggingsrecht kunnen aanvragen zonder dat deze 7 opeenvolgende dagen gesloten moeten zijn. De overheid heeft recent echter beslist dat deze versoepeling voor de bouwsector niet meer geldt voor de maand juni. Voor deze maand zal hun activiteit dus eveneens voor 7 opéénvolgende dagen onderbroken moeten zijn om het overbruggingsrecht te kunnen aanvragen.

Let wel op: het overbruggingsrecht kan enkel toegekend worden indien u nog geen andere uitkering (zoals een arbeidsongeschiktheidsuitkering) geniet.

Indien u een aanvraag wenst te doen voor het overbruggingsrecht, kan u zich richten tot uw sociaal verzekeringsfonds. Om het overbruggingsrecht te verkrijgen, dient u uw aanvraag uiterlijk vóór volgende data in te dienen:
– Voor het overbruggingsrecht van maart dient u vóór 30 september 2020 uw aanvraag in te dienen;
– Voor het overbruggingsrecht van april en mei dient u vóór 31 december 2020 uw aanvraag in te dienen;
– Voor het overbruggingsrecht van juli en augustus heeft u tijd tot 31 maart 2021.

3. Het heropstart overbruggingsrecht (relance-uitkering)
Naast het reeds bestaande crisis-overbruggingsrecht, voorziet de overheid in een apart ‘heropstart overbruggingsrecht’, ter ondersteuning van de zelfstandigen die hun activiteit na een verplichte sluiting terug opstarten. Het bedrag van de uitkering is hetzelfde zijn als bij het crisis-overbruggingsrecht (€ 1.291,69, of € 1.614,10 indien er sprake is van gezinslast).

De wetgever beoogt met deze regeling dezelfde zelfstandigen die in aanmerking komen voor het crisis-overbruggingsrecht (zelfstandigen in hoofdberoep, meewerkende partners of zelfstandigen in bijberoep die minstens de minimale bijdragen betalen van een zelfstandige in hoofdberoep). Bijkomend moet de zelfstandige kunnen aantonen dat de omzet of het aantal bestellingen in het tweede kwartaal van 2020 met minstens 10% gedaald is ten opzichte van hetzelfde kwartaal van het jaar voordien.

Let op: Het zogenaamde ‘heropstart overbruggingsrecht’ kan niet gecombineerd worden met het crisisoverbruggingsrecht, noch met de tijdelijke ouderschapsuitkering of andere uitkeringen die worden betaald door het ziekenfonds.

Aanvragen voor het heropstart overbruggingsrecht dienen vóór 31 december 2020 aangevraagd worden bij het sociaal verzekeringsfonds.

4. Tijdelijke ouderschapsuitkering
Op 16 mei 2020 heeft de ministerraad de nieuwe tijdelijke ouderschapsuitkering voor zelfstandigen goedgekeurd, zodat zelfstandigen met kinderen hun activiteit makkelijker kunnen opstarten.

De uitkering is voorzien voor:
– Zelfstandigen in hoofdberoep;
– Meewerkende partners;
– Student-zelfstandigen;
– Zelfstandigen in bijberoep en de zelfstandigen die actief zijn na de wettelijke pensioenleeftijd indien deze sociale lasten betalen als een zelfstandige in hoofdberoep.

Om recht te hebben op deze uitkering dient u een verklaring op eer af te leggen dat uw zelfstandige activiteit voor minstens één volledige maand wordt beïnvloed door de zorg voor uw kind(eren). De uitkering kan genoten worden indien u één of meerdere kinderen heeft die de leeftijd van 12 jaar nog niet hebben bereikt. In het geval dat de zelfstandige een kind met een beperking heeft, wordt deze leeftijdsgrens verhoogd naar 21 jaar.

De uitkering bedraagt € 532,24 euro per maand, of € 875,00 per maand voor eenoudergezinnen. In het geval dat beide ouders zelfstandigen zijn zoals hierboven vermeld, komen beide ouders in aanmerking voor deze uitkering.

LET OP: De ouderschapsuitkering is niet combineerbaar met andere uitkeringen die kunnen genoten worden in het zelfstandigenstatuut. U kan dus bijvoorbeeld niet voor dezelfde periode een overbruggingsrecht én een ouderschapsuitkering genieten.

Aanvragen voor het tijdelijke ouderschapsverlof voor de perioden mei, juni, juli en augustus kunnen zoals het overbruggingsrecht gebeuren via uw sociaal verzekeringsfonds. De aanvraag dient uiterlijk voor 30 september 2020 worden ingediend.

5. De hinderpremie
1. Vlaanderen
De Vlaamse overheid voorziet voor de periode tot en met 5 april 2020 in een hinderpremie van € 4.000,00 voor bepaalde ondernemingen met een fysieke locatie die gedwongen gesloten worden. De premie van € 2.000,00, waarover voorheen sprake van was, is ondertussen reeds afgeschaft.

De premie geldt voor:
– Zelfstandigen in hoofdberoep;
– Zelfstandigen in bijberoep die sociale bijdragen betalen als een zelfstandige in hoofdberoep;
– Zelfstandigen die vallen onder artikel 37;
– Vennootschappen (met minstens 1 VTE werkend vennoot/ingeschreven personeelslid);
– Verenigingen met economische activiteit (met minstens 1 VTE ingeschreven personeelslid);
– Buitenlandse ondernemingen met een vergelijkbaar statuut van een Belgische vennootschap/vereniging (met minstens 1 VTE werkend vennoot/ingeschreven personeelslid).

Na de periode tot en met 5 april 2020, krijgen ondernemingen en zelfstandigen die de corona hinderpremie hebben gekregen, vanaf 6 april 2020 automatisch een sluitingspremie van € 160,00 per bijkomende sluitingsdag, zolang de corona maatregelen gelden. Met ‘bijkomende sluitingsdag’, bedoelt men de normale openingsdagen van uw onderneming.

Om te weten of u al dan niet verplicht wordt door de overheid om te sluiten en u bijgevolg recht heeft op de corona-hinderpremie, heeft VLAIO een lijst gepubliceerd met daarop alle winkels/zaken die verplicht gesloten worden.

Er wordt slechts één hinderpremie toegekend per onderneming, behalve indien de onderneming meerdere vestigingen heeft. Per vestiging, beperkt tot maximaal 5 vestigingen, kan er een corona-hinderpremie verkregen worden, op voorwaarde dat op elke vestiging minstens 1 voltijds personeelslid tewerkgesteld is, die ingeschreven staat bij de RSZ.

De aanvraag voor deze hinderpremie kan u op de website van VLAIO indienen. De aanvraag kan ten laatste op 30 juni 2020 en uitsluitend online ingediend worden. Van zodra u een aanvraag indient, krijgt u een goedkeuring. Let op: Dit is slechts de goedkeuring van uw aanvraag, en niet de definitieve beslissing van VLAIO of u al dan niet recht heeft op de hinderpremie. De definitieve beslissing zal achteraf per mail verstuurd worden.

2. Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Ook het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voorziet in een gelijkaardige premie van € 4.000,00, voor ondernemingen die naar aanleiding van de beslissingen van de Nationale Veiligheidsraad verplicht moet sluiten.

Om recht te hebben op deze premie dient de onderneming bijkomend minder dan 50 voltijdse equivalenten (VTE) ter beschikking te stellen én dient deze te behoren tot een van de sectoren die zijn opgesomd in de bijlagen bij het besluit van de regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 26 maart 2020.

Net zoals in Vlaanderen kan er slechts genoten worden van één premie per vestigingseenheid, beperkt tot maximaal 5 vestigingseenheden.

De aanvraag voor deze premie dient ten laatste tegen 1 juni 2020 via de website van de dienst Brussel Economie en Werkgelegenheid (BEW) ingediend worden. Bijkomend dient u uw laatst ingediende btw-aangifte, alsook een attest van uw bank met betrekking tot uw bedrijfsrekening toe te voegen aan uw aanvraag.

6. Compensatiepremie
De Vlaamse regering heeft bekend gemaakt dat ze naast de huidige hinderpremie, ook zullen voorzien in een compensatiepremie van € 3.000,00 voor ondernemingen die niet verplicht moesten sluiten, maar wel een sterke daling in hun omzet kennen.

De premie geldt voor:
– Zelfstandigen in hoofdberoep;
– Zelfstandigen in bijberoep die sociale bijdragen betalen als een zelfstandige in hoofdberoep;
– Vennootschappen (met minstens 1 VTE werkend vennoot/ingeschreven personeelslid);
– Verenigingen met economische activiteit (met minstens 1 VTE ingeschreven personeelslid);
– Buitenlandse ondernemingen met een vergelijkbaar statuut van een Belgische vennootschap/vereniging (met minstens 1 VTE werkend vennoot/ingeschreven personeelslid).

Als de zelfstandige in bijberoep een lagere bijdrage betaalt (op een inkomen tussen € 6.996,89 en € 13.993,78), kan deze nog een premie krijgen van € 1.500,00, op voorwaarde dat deze niet voor meer dan 80% als werknemer in hoofdberoep werkt. Deze voorwaarde qua inkomen geldt ook voor gepensioneerden die een zelfstandige activiteit uitoefenen en student-zelfstandigen.

Volgende zijn in elk geval uitgesloten voor de compensatiepremie:
– Holdingvennootschappen (64.200);
– Patrimoniumvennootschappen (68.201);
– Activiteiten van hoofdkantoren (70.100);
– Managementvennootschappen waarbij de zaakvoerder zakelijke diensten verleent aan een onderneming die de compensatiepremie reeds ontving en waarin diezelfde persoon bestuurder/vennoot/zaakvoerder is;
– Ondernemingen die verplicht werden om te sluiten. (Ondernemingen die recht hebben op de hinderpremie.)

Concreet dient de omzet in de periode van 14 maart 2020 t.e.m. 30 april 2020 minstens met 60% gedaald zijn ten opzichte van dezelfde periode van vorig jaar. Voor starters zal men als referentie de omzet nemen die opgenomen werd in het neergelegde financieel plan. Met omzetdaling beoogt men de daling in omzet ingevolge van verminderde prestaties door exploitatiebeperkingen, dus niet door uitgestelde facturatie. De omzetdaling zal aangetoond moeten worden op basis van dagontvangsten, geleverde prestaties en tijdsregistraties.

Bijkomend heeft de overheid als voorwaarde gesteld dat enkel de ondernemingen waarbij de hoofdactiviteit vermeld staat op deze lijst van de nationale veiligheidsraad, in aanmerking komen voor de compensatiepremie. Indien uw hoofdactiviteit niet vermeld staat in bovenvermelde lijst, kan u toch in aanmerking komen indien u een substantiële exploitatiebeperking ondergaat ten gevolge van de maatregelen die genomen worden om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan.

Voorbeelden van deze substantiële exploitatiebeperkingen zijn:
– Een omzetdaling doordat social distancing belet dat de onderneming op volle toeren kan draaien;
– Een verminderde afname van goederen/diensten door professionele klanten omdat deze hun zaak verplicht moeten sluiten. (Voorbeeld: een toeleverancier van textiel die een daling in omzet kent, doordat zijn cliënteel (kledingwinkels) verplicht wordt om te sluiten.)

Een omzetdaling door een verminderde vraag is daarentegen een onvoldoende reden om recht te kunnen hebben op de compensatiepremie. (Voorbeeld: een toeleverancier in de bouwsector die een daling in omzet kent, maar waarvan zijn cliënteel (bouwfirma’s) niet verplicht wordt om te sluiten.)

De compensatiepremie zal, net zoals bij de hinderpremie, aangevraagd kunnen worden per vestigingseenheid, beperkt tot maximaal 5 vestigingen. Deze compensatiepremie is niet combineerbaar met de hinderpremie.

De aanvraag voor deze premie zal uiterlijk 30 juni 2020 ingediend moeten worden via een toepassing van VLAIO, welke beschikbaar is gesteld sedert 5 mei.

7. Aanvullende compensatiepremie
Om extra steun te bieden bij de soms moeilijke heropstart van ondernemingen, heeft de overheid beslist om te voorzien in een aanvullende compensatiepremie van € 2.000,00 of € 1.000,00 (voor bijberoepers).

De aanvullende compensatiepremie is voorzien voor ondernemingen die al in aanmerking kwamen voor de eerste compensatiepremie én voor de ondernemingen die beroep konden doen op de hinderpremie en ondertussen hun activiteit terug hebben opgestart.

Om beroep te kunnen doen op deze aanvullende compensatiepremie, dient er een omzetdaling van minstens 60% aangetoond kunnen worden in een periode van één maand vanaf de heropening ten opzichte van dezelfde periode van het vorige jaar. Net zoals bij de eerste compensatiepremie, zal dit aangetoond moeten worden via dagontvangsten, geleverde prestaties of tijdsregistraties.

De aanvullende compensatiepremie dient uiterlijk vóór 15 augustus 2020 aangevraagd te worden. De aanvraag zal vanaf de tweede helft van juli beschikbaar worden gesteld. Van zodra hierover meer informatie beschikbaar is, informeren wij u.

8. Lokale steunmaatregelen
Ook gemeenten, zoals Antwerpen en Kalmthout, voorzien in steunmaatregelen om hun getroffen zelfstandigen en ondernemers te steunen. Om te weten of uw gemeente al dan niet voorziet in extra steun, verwijzen wij door naar de website van uw gemeente.

9. Tijdelijke werkloosheid (voor arbeiders en bedienden):
Tijdelijke werkloosheid die ten gevolge van het coronavirus wordt aangevraagd, wordt vanaf 13 maart in alle gevallen beschouwd als overmacht, zelfs indien u niet verplicht wordt door de overheid om uw zaak (gedeeltelijk) te sluiten.

Om tijdelijke werkloosheid aan te vragen, dient er een elektronische aangifte sociaal risico worden ingediend bij de RVA (Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening) met als reden “coronavirus”. Deze aangifte kan uiteraard verzorgd worden door uw sociaal secretariaat.

De werknemers die vallen onder deze regeling dienen op hun beurt een formulier in te dienen bij hun uitbetalingsinstelling om de uitkering te kunnen verkrijgen. De vergoeding die de werknemer ontvangt, is een uitkering van 70% van zijn gemiddeld geplafonneerd loon (maximaal € 2.754,76 per maand). Bijkomend ontvangt deze werknemer een supplement van € 5,63 per dag, ten laste van de RVA.

10. Uitstel voor diverse aangiften, betalingen e.d.:
Vennootschapsbelasting, rechtspersonenbelasting en personenbelasting:
Voor de indiening van aangiften met uiterste indieningsdatum tussen 16 maart en 30 april 2020, wordt uitstel van indiening verleend tot en met 30 april 2020 middernacht.

Voor de betalingen van zowel de vennootschapsbelasting, de rechtspersonenbelasting als de personenbelasting voorziet de overheid in een extra betalingstermijn van twee maanden, bovenop de huidige betalingstermijn. Deze bijkomende maatregel geldt voor alle afrekeningen van aanslagjaar 2019, welke gevestigd werden vanaf 12 maart 2020. 

Voor de aanslagen die gevestigd werden vóór 12 maart 2020, kunnen de reeds eerder aangekondigde steunmaatregelen aangevraagd worden. 

BTW:
Voor zowel de btw-aangiften, de ic-aangiften als de klantenlistings worden volgende uitstellen verleend:

1. Periodieke btw-aangiften & ic-aangiften:

Aangifte periode Termijn verlengd tot
Februari 2020 6 april 2020
Maart 2020 7 mei 2020
1e kwartaal 2020 7 mei 2020
April 2020 5 juni 2020

2. Jaarlijkse klantenlisting 2019:
Voor de jaarlijkse klantenlisting wordt de uiterste indieningstermijn verlengd tot 30 april 2020, of indien de activiteit werd stopgezet, dient de klantenlisting ten laatste te worden ingediend op het einde van de 4e maand na het stopzetten van de btw-activiteit.

3. Betaling van btw:
Ook voor de betalingen van BTW voorziet de FOD Financien in een automatisch uitstel, zoals volgt:

Betaling voor periode: Termijn verlengd tot:
Februari 2020 20 mei 2020
Maart 2020 20 juni 2020
1e kwartaal 2020 20 juni 2020
April 2020 20 juli 2020

4. BTW-teruggaven voor alle maandaangevers
Op 29 maart heeft de overheid eveneens beslist om met datum van uitwerking op 31 maart, alle maandaangevers een versnelde maandelijkse btw-teruggaaf toe te kennen, ook al worden deze niet aanschouwd als ‘starters‘, of beschikken ze niet over een vergunning ‘maandelijkse teruggave’.

Indien uw btw-aangifte van februari reeds werd ingediend zonder een aanvraag van terugbetaling, kan deze nog gewijzigd worden tot en met 3 april 2020.

Bedrijfsvoorheffing:
Voor betalingen van de bedrijfsvoorheffing wordt eveneens automatisch uitstel verleend:

Betaling voor periode: Termijn verlengd tot:
Februari 2020 13 mei 2020
Maart 2020 15 juni 2020
1e kwartaal 2020 15 juni 2020
April 2020 15 juli 2020

Buiten het automatisch verleende uitstel van betaling voor zowel bedrijfsvoorheffing, als BTW, kan u bijkomend ook nog uitstel vragen zoals beschreven staat in de eerder aangekondigde steunmaatregelen van de FOD Financiën.

RSZ:
De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid voorziet eveneens in een systeem voor uitstel van RSZ-bijdragen. Dit uitstel wordt echter niet voor elke werkgever automatisch verleend. Enkel de werkgevers die getroffen worden door de verplichte sluitingen (zoals voorheen vermeld), verkrijgen een automatisch betalingsuitstel voor de RSZ-bijdragen.

Betaling voor periode: Normale betaaltermijn: Uitstel tot:
1e kwartaal 2020 30 april 2020 15 december 2020
2e kwartaal 2020 31 juli 2020 15 december 2020

Indien u niet valt onder de werkgevers die getroffen zijn door een verplichte sluiting, kan u toch nog genieten van uitstel voor RSZ-bijdragen indien u gesloten bent omdat u niet kan voldoen aan de regels van “Social distancing” (afstand houden) of omwille van economische redenen. Hiervoor dient u op de webpagina van de RSZ een verklaring op eer in te vullen.

Voorafbetalingen:
De regering heeft eveneens beslist om het uitstellen van voorafbetalingen minder nadelig te maken voor de vennootschappen en zelfstandigen die financieel getroffen zijn door het coronavirus. De regering heeft de percentages van de voordelen van de derde en vierde vervaldag (10/10 en 20/10) als volgt verhoogt:

Personenbelasting Vennootschapsbelasting (zonder dividenduitkering) Vennootschapsbelasting (met dividenduitkering)
VA1 3% 9% 9%
VA2 2,5% 7,5% 7,5%
VA3 2,25% 6,75% 6%
VA4 1,75% 5,25% 4,5%

Mits deze maatregel slechts bedoelt is voor bedrijven met liquiditeitsproblemen, geldt deze regel dan ook niet voor vennootschappen die: ofwel een inkoop van eigen aandelen of een kapitaalvermindering doen, ofwel die dividenden betalen of toekennen tussen 12/3/2020 en 31/12/2020. Ook voor de natuurlijke personen die door de verhoogde percentages meer bonificatie zouden krijgen, gelden deze verhoogde percentages niet.

Jaarlijkse vennootschapsbijdrage:
De deadline voor de betaling van de jaarlijkse vennootschapsbijdrage (€ 347,50 of € 868,00), welke normaliter uiterlijk 30 juni 2020 betaald moet worden, is uitgesteld tot uiterlijk 31 oktober 2020.

De algemene vergadering
In april en mei worden jaarlijks traditiegetrouw de meeste algemene vergaderingen gehouden. Gelet op de beperkingen die ons opgelegd worden, is het niet zo vanzelfsprekend om deze vergaderingen door te laten gaan. Tijdens deze coronacrisis wordt er voorzien in enkele versoepelingen (zoals vermeld in het Koninklijk Besluit n°4 van 9 april 2020), die ervoor moeten zorgen dat de rechtspersonen de nodige flexibiliteit krijgen en de rechten van de aandeelhouders gewaarborgd blijven.

Tijdens deze coronacrisis zijn volgende opties mogelijk om een algemene vergadering te houden:
1) De vergadering laten doorgaan in omstandigheden die aanvaardbaar zijn voor de maatregelen van de coronacrisis (door een minimale aanwezigheid en gebruik van stemmen met volmachten) en die anderzijds de aandeelhouders en de leden de kans geven om vragen te stellen en hun stemrecht uit te oefenen;
2) De vergadering uitstellen totdat de toestand terug is genormaliseerd. In dit geval wordt er voorzien in een uitstel van maximaal 10 weken;
3) Onder alle omstandigheden kan het bestuursorgaan unaniem schriftelijk besluiten. Het bestuursorgaan kan ook via elektronische communicatie beraadslagen.

11. Maatregelen van de financiële sector
Ook de financiële sector heeft besloten om bij te dragen en soelaas te bieden in deze woelige periode. De Nationale bank, de federale overheid en de financiële sector hebben dan ook besloten om uitstel van betaling te verlenen voor hypothecaire kredietnemers en levensvatbare bedrijven en zelfstandigen.

Voor ondernemingen betekent dit concreet dat er voor ondernemingskredieten (kredieten met een vast aflossingsplan, kaskredieten en vaste voorschotten) betalingsuitstel kan gevraagd worden voor 6 maanden, uiterlijk tot 31 oktober 2020. Dit geldt echter enkel voor de kapitaalaflossingen. De intresten over deze perioden blijven verschuldigd. Na deze periode van uitstel loopt het krediet gewoon door, wat wil zeggen dat de totale looptijd van uw krediet zal verlengd worden met de periode waarvoor u uitstel heeft verkregen.

Anderzijds kunnen ondernemingen die nood hebben aan extra financiering, nieuwe soepelere kredieten voor een maximale looptijd van 12 maanden afsluiten.

Er wordt door de federale overheid eveneens een garantieregeling het leven in groepen van maar liefst 50 miljard euro, voor alle nieuwe kredieten en kredietlijnen van maximaal 12 maanden. Dit om de financiële sector wat hulp te bieden als het coronavirus een uitzonderlijke economische crisis als gevolg heeft.

OPROEP: we vragen aan alle zelfstandigen en ondernemingen om hun cashflow problemen zo min mogelijk af te wentelen op leveranciers en dienstverrichters. Dit werkt een economische crisis in de hand en zal gezonde bedrijven ook ziek maken. De KMO’s zijn geen banken en hebben niet de taak hun klanten te financieren. Ondernemingen in moeilijkheden moeten zelf de aangeboden maatregelen zo veel als mogelijk benutten zodat zij hun betalingsverplichtingen kunnen blijven voldoen.

12. Corona-lening
Het PMV voorziet in een achtergestelde lening op 3 jaar voor zelfstandigen en KMO’s in Vlaanderen welke getroffen zijn door de coronacrisis. Hiermee probeert men extra financiële ademruimte te bieden aan ondernemingen die getroffen zijn door de crisis.

Het totaal bedrag dat ontleend kan worden (minimaal € 25.000,00 en maximaal € 2.000.000,00), wordt beperkt tot het hoogste bedrag van ofwel:

  • 100% van de totale loonkost;
  • 12,5% van de totale omzet.

Uitzonderlijk kan het bedrag verhoogd worden naar € 3.500.000,00 indien er een extra investeerder/financier zich aanbiedt. Indien u gebruik maakt van de corona compensatiepremie of de corona hinderpremie, kan u maximaal € 75.000,00 ontlenen. Indien u toch een hoger bedrag wenst te ontlenen en reeds de compensatiepremie of hinderpremie heeft ontvangen, zal u de premie moeten terugbetalen.

De intrestvoet die zal aangerekend worden op deze corona-lening verschilt tussen start-ups en KMO’s. Voor start-ups en scale-ups bedraagt de jaarlijkse rentevoet voor een ontleend bedrag tot € 800.000,00: 5%, welke integraal betaalbaar is op de eindvervaldag. Voor het bedrag dat geleend wordt boven € 800.000,00, is er een intrestvoet verschuldigd van minimum 6%, welke eveneens betaalbaar is op de eindvervaldag. Voor KMO’s en zelfstandigen wordt er ongeacht de grootte van de lening een jaarlijkse rentevoet aangerekend van 4,5%, welke betaalbaar is op de eindvervaldag van de lening.

Om in aanmerking te komen voor deze lening, moet u als onderneming een gezonde en levensvatbare kmo zijn, die door de coronacrisis in financiële problemen is gekomen. De ondernemingen die in aanmerking komen moeten ofwel:

  • Een tewerkstelling van hun personeelsbestand hebben van 80% op het einde van 2019 of er zich toe engageren om op zeer korte termijn terug naar 80% tewerkstelling te geraken;
  • Minstens 50% van hun totaal aantal werknemers uit het systeem van tijdelijke werkloosheid halen en deze terug activeren in de onderneming.

De ondernemingen die achterstallen hebben bij de BTW, RSZ, belastingen of op andere lopende kredieten komen niet in aanmerking voor deze achtergestelde lening. Ook ondernemingen in moeilijkheden komen niet in aanmerking.

De lening kan tot 15 november 2020 aangevraagd worden via de website van PMV.

13. Handige Links
Voor de allerlaatste updates kan u ook telkens volgende handige links gebruiken:
VLAIO: Hinderpremie
VLAIO: Overbruggingsrecht
VLAIO: Verplichte sluitingen
FOD Financiën: Bijkomende steunmaatregelen
RSZ: Uitstel RSZ-bijdragen
RVA: Tijdelijke werkloosheid
FEBELFIN: Maatregelen financiële sector
FEBELFIN: Betalingsuitstel ondernemingskredieten
Xerius: Maatregelen voor zelfstandigen
SD Worx: Info m.b.t. het coronavirus
1890: Brusselse premie
VLAIO: Gemeentelijke steun
VLAIO: Compensatiepremie
FOD Financiën: Wijziging percentages voorafbetalingen
RSVZ: Vrijstelling sociale bijdragen
VLAIO: Corona-lening
PMV: Aanvraagprocedure lening
XERIUS: Tijdelijke ouderschapsuitkering
XERIUS: heropstart overbruggingsrecht
VLAANDEREN: Aanvullende compensatiepremie

Bij verdere vragen omtrent deze steunmaatregelen kan u zich altijd richten tot uw dossierbeheerder.

 

V V H & P
Frans Van Dunlaan 25
2610 Antwerpen (Wilrijk)
BE0684.498.118

T: + 32 3 444 07 30
F: + 32 3 444 07 39
E: info@v-vhp.be

Inspiratie in uw mailbox?

Shtick was here.